Renaissance in Nederland
Renaissanceschilderijen in Nederland
Tussen 1500 en 1635 verhuist de schilderkunst van de Noordelijke Nederlanden van Leiden naar Haarlem en dan naar Utrecht: de altaarstukken van Engebrechtsz. en Lucas van Leyden, het Italië dat Jan van Scorel meebracht, de geleerde naakten van de Haarlemse maniëristen, de nacht van Caravaggio in Utrecht — tot aan de jonge Rembrandt. HitsMap telt 88 werken en zegt waar je ze ziet.
Vier generaties
Leiden en Amsterdam, 1500-1530. Cornelis Engebrechtsz. heeft in Leiden het grootste atelier van de stad; zijn Drieluik met de kruisiging (ca. 1515-1517, Museum De Lakenhal) ontvouwt het Antwerpse palet en vormt een leerling, Lucas van Leyden, de graveur die Dürer bewonderde, wiens Laatste Oordeel (1526-1527, Lakenhal) het meest ambitieuze drieluik is dat in Holland werd geschilderd — als stedelijk pronkstuk gered van de Beeldenstorm. In Amsterdam dateert Jacob Cornelisz. van Oostsanen zijn Saul en de heks van Endor op de dag af (29 november 1526, Rijksmuseum); in Haarlem schildert Jan Mostaert het Portret van een Afrikaanse man (ca. 1525-1530, Rijksmuseum), het enige geïndividualiseerde portret van een zwarte man in de Europese schilderkunst van vóór 1600.
De romanisten, 1520-1560. Jan van Scorel, kanunnik, teruggekeerd uit Rome waar paus Adrianus VI hem tot bewaarder van de verzamelingen had benoemd, brengt Rafaël en Giorgione mee: zijn Maria Magdalena (ca. 1530, Rijksmuseum) en zijn Twaalf Jeruzalemvaarders (ca. 1528-1530, Frans Hals Museum) vinden, een eeuw vóór Hals, het groepsportret uit. Zijn leerling Maarten van Heemskerck schenkt het Haarlemse gilde zijn Lucas schildert de Madonna (1532, Frans Hals Museum) voordat hij naar Rome vertrekt om ruïnes te tekenen; de andere leerling, Anthonis Mor, wordt de portrettist van de Habsburgers — zijn Maria Tudor (1554) hangt in het Prado. In Amsterdam keert Pieter Aertsen de rangorde om: in De vleeshal (1551, Uppsala) staat het vlees vooraan en verschuilt de Vlucht naar Egypte zich achterin.
De maniëristen, 1585-1615. Haarlem wordt de hoofdstad van een geleerde, zinnelijke kunst: Hendrick Goltzius, de graveur met de verbrande hand, neemt na zijn veertigste het penseel op (Lot en zijn dochters, 1616, Rijksmuseum); Cornelis van Haarlem schildert voor de Staten van Holland een Kindermoord te Bethlehem (1590, Rijksmuseum) waarin de soldaten van Herodes die van Filips II zijn; Karel van Mander schrijft de levens van de schilders. In Utrecht drijven Joachim Wtewael (Perseus bevrijdt Andromeda, 1611, Louvre) en Abraham Bloemaert de slangenlijn op de spits.
De drempel, 1620-1635. Drie Utrechters keren uit Italië terug met het licht van Caravaggio: Hendrick ter Brugghen (De ongelovige Thomas, ca. 1622, Rijksmuseum), Gerard van Honthorst (De vrolijke speelman, 1623, Rijksmuseum), Dirck van Baburen. In Haarlem laat Frans Hals een groepsportret lachen en signeert Judith Leyster, in 1633 als meester in het gilde opgenomen, met een ster; Hendrick Avercamp, de Stomme van Kampen, vindt de Hollandse winter uit. En een Leidenaar van zesentwintig, Rembrandt, schildert in Amsterdam De anatomische les van Dr. Tulp (1632, Mauritshuis). Daar stopt HitsMap.
Waar je op moet letten
- Het landschap achter de figuur: de blauwige rotsen van Scorel, het dal van Giorgione, de Romeinse ruïnes van Heemskerck — via de achtergrond komt Italië het schilderij binnen.
- De attributen: de palm van de Jeruzalemvaarders, het pelgrimsinsigne op de baret van de Afrikaanse man, de Tudor-roos in de hand van Maria. Eén voorwerp benoemt het model.
- Het licht: van het gotische goud naar de hemel van Lucas, dan naar de kaars van Honthorst. De lichtbron volgen volstaat om een doek te dateren.
- Het verborgen onderwerp: de Vlucht naar Egypte achter de vleeshal van Aertsen, Filips II achter Herodes, het feestende Holland rond het gouden kalf. Het schilderij zegt zelden wat het toont.
Waar je ze ziet
In Nederland: het Rijksmuseum (Oostsanen, Mostaert, Scorel, Heemskerck, Goltzius, Cornelis, de caravaggisten), Museum De Lakenhal in Leiden (Engebrechtsz., Lucas), het Frans Hals Museum in Haarlem (Scorel, Heemskerck, Hals), het Centraal Museum in Utrecht (de Utrechtse Jeruzalemvaarders), het Mauritshuis (Tulp), Boijmans in Rotterdam (Bosch). Buiten het land, met de tag circulatie: Uppsala, het Prado, het Louvre, Kopenhagen, Boston, Berlijn.
Verder lezen
Het verhaal in één stuk: Schilderen vóór de Gouden Eeuw: van Lucas van Leyden tot Goltzius. Waarom zo weinig altaarstukken het overleefden: De Beeldenstorm van 1566. Steden om te doorkruisen: Leiden, Haarlem, Utrecht, Amsterdam. De andere ingangen van de atlas: Kastelen en woonhuizen, Kerken, Monumenten, Beeldhouwwerken, Figuren, Musea, Tuinen — en de stam: Renaissance in Nederland.
