Aan de overkant van de Grote Markt, tegenover de Vleeshal, toont het stadhuis een dubbel gezicht: een middeleeuwse bakstenen kern en, daarop geënt, het renaissanceornament van Lieven de Key. In één gebouw leest men de overgang van de macht — van de graaf naar de stadsraad.
Van grafelijk paleis tot stadhuis
De plek was eerst een verblijf van de graven van Holland (er stond al in de dertiende eeuw een jachtverblijf, waar graaf Floris V logeerde als hij belasting kwam innen). In de loop van de middeleeuwen nam de stad het gebouw over en maakte er haar stadhuis van: het paleis van de vorst wordt het huis van de burgers — een politiek zowel als bouwkundig gebaar.
De hand van Lieven de Key
Omstreeks 1620 ontwierp stadsbouwmeester Lieven de Key de lange vleugel aan de Zijlstraat, rond 1630 doorgetrokken naar de Grote Markt. Op de oude bakstenen kern zette hij een renaissancedecor — geveltoppen, pilasters, versierde dakkapellen — dat het geheel zijn bewust samengestelde aanzien geeft: de middeleeuwen onder, de Gouden Eeuw boven. Te zien: het contrast kern/gevel van De Key, de Gravenzaal met beschilderde panelen, het plein tegenover de Vleeshal.
Wist je dat?
De grote zaal van het stadhuis, de Gravenzaal, bewaart een reeks portretten van de graven van Holland. De stad die het huis van de vorst had overgenomen, hield zijn beeltenissen zorgvuldig in ere: men verdreef de grafelijke macht uit het gebouw, maar toonde de lijn aan de muren, als een collectieve adelbrief.
Praktisch
Het stadhuis staat aan de Grote Markt van Haarlem, tegenover de Vleeshal; rijksmonument, nog in gebruik als stadhuis.

